Bouw van de Rosalie
De bouw van de Baasroodse botter
De botter wordt gebouwd op basis van plannen opgesteld door de beste vakmensen met kennis van de Baasroodse botter en van praktische botterbouw.
De Baasroodse botter onderscheidt zich op een aantal essentiële punten van de Noordzeebotters. Zo was de Baasroodse botter uitgerust met een strijkende mast, die de onderdoorvaart van de spoorwegbrug te Temse mogelijk maakte. Verder werden andere constructiemethoden toegepast dan bij de reguliere botterbouw. De ervaring opgedaan bij de bouw van houten streekgebonden binnenschepen drukte hierop zijn stempel. Zo was het achterschip duidelijk hoger, wat de zeewaardigheid ten goede kwam. Ook was de afwerking binnen vrij luxe. Deze en andere typische kenmerken maakten het tot een uniek Baasroods schip.
Indeling van het schip
- Het voorschip bestaat uit een ruim vooronder dat via een trap toegankelijk is. De toegangsdeur (het dievengat) ligt onder de zware mastbank aan stuurboord, aan bakboord is er een kooi. Het voorschot geeft toegang tot twee alkoven. Tussen deze twee staat het ‘Parisiennetje’, een klein en heet kacheltje. De wanden worden afgetimmerd met kasten. Voor de alkoven ligt de kettingbak.
- De mast is strijkend, daarom ligt er in het dek een mastluik. De mast is geballast zodat het strijken met een bok gemakkelijker wordt.
- Achter de mastbank ligt de bun of open ruim, afgedekt door het bundek en voorzien van zware dekpoten om de opwaartse druk in de bun op te vangen. Gelijk met de bunluiken liggen de lanen (losse brede planken). Op deze manier ontstaat een enorm breed dek zonder enige hindernis. Vanaf de lanen is het voordek toegankelijk met een trapje. Achter de mast ligt het watervat in een stoel.
- Het achterschip wordt voorzien van een vast dek met een luik dat toegang geeft tot het tabernakel.